Victoria
De wijnindustrie van Victoria dankt haar ontstaan aan de ontdekking van goud in de jaren 1850, die een toestroom van kolonisten van over de hele wereld veroorzaakte, vooral uit Europa. Net als in de Sierra Foothills in Californië brachten deze kolonisten wijnstokken en vakmanschap mee van thuis en bouwden ze een wijnindustrie op in de staat. Helaas bracht de verspreiding van de druifluis aan het einde van de 19de eeuw de regio een zware slag toe, en de wijnindustrie kon pas in de jaren 1960 weer op gang komen. Victoria is een relatief kleine, maar cultureel belangrijke Australische staat. Victoria ligt in de zuidoostelijke hoek van het continent en heeft een koel klimaat dat door de oceaan wordt beïnvloed. De staat kent de grootste verscheidenheid aan regionale klimaten, van de zeer koude Macedon Ranges tot de zeer warme gebieden langs de rivier de Murray, van het noordoosten tot het noordwesten van de staat. Je vindt er de beroemde Australische Barossa Shiraz, maar Pinot Noir en Chardonnay behoren tot de belangrijkste druivenrassen van de staat en leveren zowel stille als mousserende wijnen op.
De subregio: de Grampians
Het is een zeer toeristische streek met lage bergen, vroeger bekend als mijngebied, die ongeveer halverwege Coonawarra en Melbourne ligt, in de regio Victoria. De wijngaarden liggen tussen een gelijknamig natuurpark en een keten van lage bergen. De streek staat bekend om haar vaak peperige Shiraz (witte peper), die tot de elegantste van Australië behoort. Er worden ook uitstekende Rieslings en Pinot Gris gemaakt. Tegenwoordig telt de streek een flink dozijn wijndomeinen en beslaan de wijngaarden enkele honderden hectaren. De Grampians zijn uitgesproken heuvelachtig, met veel rotsachtige hellingen in het oosten en minder steile hellingen in het westen. Het klimaat zit halverwege tussen een zeeklimaat en een mediterraan klimaat. De gemiddelde temperaturen liggen in de zomer tussen 14 °C en 30 °C en in de winter tussen 4 °C en 15 °C.