De Peloponnesos
De Peloponnesos vormt het zuidelijkste deel van het Griekse vasteland. Het is bijna een eiland, want de streek is alleen via een smalle strook land met het vasteland verbonden (op het smalste punt minder dan 6 km breed en minder dan 6 km lang). De grillige vorm en de vele kusten zorgen voor een gevarieerde topografie. Over het geheel genomen is de Peloponnesos een bergachtige streek met zeven toppen die tot bijna 2.000 meter hoogte reiken. Het klimaat is overwegend mediterraan, met hete zomers, korte lentes en lange herfsten. De streek ondergaat allerlei invloeden: winden van de Egeïsche Zee, koude noordenwinden en warme winden uit Afrika. De streek telt 7 subregio's of AOP's.
De subregio's: regio Arcadië, regio Korinthe en regio Nemea
De Moschofilero-druiven (uitgesproken als Mosho-FEEL-ero) komen uit de bergwijngaarden van de regio Arcadië, waar 15 jaar oude wijnstokken op 700 meter hoogte groeien en druiven voortbrengen met een fruitig karakter en een levendige zuurgraad. De Roditis-druif wordt op 900 meter hoogte geteeld op de hellingen boven Korinthe, in een microklimaat dat de wijn elegantie geeft. De Assyrtiko-druiven komen van de hellingen van Nemea, aangeplant op 600 meter boven zeeniveau en op het zuidwesten gericht.