Niet te veel woorden, gewoon wijn
De benaming Valpolicella Superiore staat voor rijkere en vollere wijnen dan de Valpolicella Classico. In deze droge, intense wijn proef je verleidelijke tonen van rijp fruit; hij lijkt het gehemelte te vullen en te strelen. Deze cuvée wordt gemaakt van druiven die na de oogst in september gevinifieerd worden, en van dezelfde druiven die tot november gedroogd worden, wat de wijn meer complexiteit en rijpheid geeft. Daarna worden beide wijnen geassembleerd en zes maanden gerijpt in eikenhouten vaten van 750 liter. Duidelijke, elegante aroma's van rijp rood fruit (bosaardbeien), zwarte kers, zwarte bes en dadels vermengen zich met geuren van specerijen en vanille. De wijn is rond in de mond, fluweelzacht en harmonieus. Een prachtige wijn uit Veneto!
Waar reizen we naartoe?
Het verhaal van het land
Italië

Ah, Italië, wat een prachtig hedonistisch land, het land van de Dolce Vita, maar wat is de wijnbouw er moeilijk te doorgronden! De sleutel tot het Italiaanse appellatiesysteem is om het land te zien als een verzameling kleine landen in plaats van één homogeen geheel, want elke regio heeft zijn eigen appellatiesysteem. Toch biedt Italië liefhebbers een enorme verscheidenheid aan wijnen met uiteenlopende, unieke smaken en stijlen, en flessen vol verrassingen en creativiteit. Helaas produceert het land ook grote hoeveelheden zielloze wijnen zonder karakter, die worden verkocht onder hun commercieel meest bruikbare en bekendste naam: Pinot Grigio, Chianti, Valpolicella, Lambrusco, Prosecco en nog veel meer... Maar eerst een beetje geschiedenis: de wijnbouw in Italië gaat terug tot de vroegste oudheid en heeft zijn oorsprong in Griekenland. De Etrusken zouden de wijnstok hebben geïntroduceerd en Griekse immigranten zouden de druivenrassen hebben verbeterd en aangepast; zij noemden het land later “Oenotria”: het land van de wijn. Op het hoogtepunt van het Romeinse Rijk speelde wijn een belangrijke rol in het dagelijks leven, en sommige streken onderscheidden zich toen al door de uitmuntende kwaliteit van hun wijn. De Romeinen plantten ook talloze wijngaarden aan in Europa en lieten zo een onuitwisbaar spoor van hun veroveringen na. Vandaag is Italië de grootste wijnproducent ter wereld, nog vóór Frankrijk. Italië kent drie klimaatzones. De bergen in het noorden hebben een vrij ruw bergklimaat. De vlakte in het “midden van de laars” heeft een landklimaat met koude winters en warme zomers met veel onweer. In het “zuiden van de laars” heerst een mediterraan klimaat met zeer hete en droge zomers, en dan zijn er nog de eilanden Sicilië en Sardinië. Kortom: Italië maakt zeer uiteenlopende wijnen dankzij zijn 200 verschillende druivenrassen, waarvan er veel inheems zijn. Het is een land dat net zo complex is als zijn wijnen, en het verdient het om ontdekt te worden!
