Niet te veel woorden, gewoon wijn
De familie Zeni, al 5 generaties actief, begon in 1870 met het maken van wijn. Het wijngebied Valpolicella, een van de bekendste van Italië, strekt zich uit over de heuvels ten noorden van de historische stad Verona. De wijngaarden liggen op een hoogte van 150 tot 450 m. Om deze wijn te begrijpen, moet je weten hoe hij gemaakt wordt. Hij ontstaat via de “ripasso”-methode, een specialiteit van de streek Valpolicella. Die methode ontwikkelde zich in de jaren 70, toen wijnboeren een eeuwenoude techniek in ere herstelden: ze voegden de reeds vergiste, geperste schillen van de grote Amarone-wijnen toe aan klassieke Valpolicella-wijn. Deze verrassende techniek zet een nieuwe vergisting in gang dankzij de suikers en gisten die nog in de rijke draf van de Amarone zitten. Dit “nieuwe sap” rijpt daarna op eikenhouten vaten, en dat 10 tot 12 maanden lang, afhankelijk van de jaargang. In de mond herken je complexe aroma's van gedroogde rode bloemen, zwarte kers, pruim, bramen, zachte specerijen, bosgrond, tabak en cacao. Rond en smaakvol in de mond, met versmolten tannines: een wijn van grote finesse met een lange, aanhoudende afdronk.
Waar reizen we naartoe?
Het verhaal van het land
Italië

Ah, Italië, wat een prachtig hedonistisch land, het land van de Dolce Vita, maar wat is de wijnbouw er moeilijk te doorgronden! De sleutel tot het Italiaanse appellatiesysteem is om het land te zien als een verzameling kleine landen in plaats van één homogeen geheel, want elke regio heeft zijn eigen appellatiesysteem. Toch biedt Italië liefhebbers een enorme verscheidenheid aan wijnen met uiteenlopende, unieke smaken en stijlen, en flessen vol verrassingen en creativiteit. Helaas produceert het land ook grote hoeveelheden zielloze wijnen zonder karakter, die worden verkocht onder hun commercieel meest bruikbare en bekendste naam: Pinot Grigio, Chianti, Valpolicella, Lambrusco, Prosecco en nog veel meer... Maar eerst een beetje geschiedenis: de wijnbouw in Italië gaat terug tot de vroegste oudheid en heeft zijn oorsprong in Griekenland. De Etrusken zouden de wijnstok hebben geïntroduceerd en Griekse immigranten zouden de druivenrassen hebben verbeterd en aangepast; zij noemden het land later “Oenotria”: het land van de wijn. Op het hoogtepunt van het Romeinse Rijk speelde wijn een belangrijke rol in het dagelijks leven, en sommige streken onderscheidden zich toen al door de uitmuntende kwaliteit van hun wijn. De Romeinen plantten ook talloze wijngaarden aan in Europa en lieten zo een onuitwisbaar spoor van hun veroveringen na. Vandaag is Italië de grootste wijnproducent ter wereld, nog vóór Frankrijk. Italië kent drie klimaatzones. De bergen in het noorden hebben een vrij ruw bergklimaat. De vlakte in het “midden van de laars” heeft een landklimaat met koude winters en warme zomers met veel onweer. In het “zuiden van de laars” heerst een mediterraan klimaat met zeer hete en droge zomers, en dan zijn er nog de eilanden Sicilië en Sardinië. Kortom: Italië maakt zeer uiteenlopende wijnen dankzij zijn 200 verschillende druivenrassen, waarvan er veel inheems zijn. Het is een land dat net zo complex is als zijn wijnen, en het verdient het om ontdekt te worden!
