Hongaarse goulash, paprika csirke (kip met paprika), gegrilde varkenskoteletten, runderstoofpot met zachte specerijen, halfharde kazen

Mozaik bikaver 2019

Sebestyen

111,60 €

Een precieze, harmonieuze Bikavér uit Szekszárd, waarin fris fruit samengaat met delicate kruiden.

pays logo

Hongarije

icon vin couleur

Vin Rood

icon alcool

13.5%

icon garde

5 tot 10 jaar

cepage logo

Kékfrankos, Kadarka, Cabernet Sauvignon, Merlot

Niet te veel woorden, gewoon wijn

product descriptions logo

De Mozaik Bikavér van het wijndomein Sebestyén komt van de hellingen van Szekszárd, in het zuiden van Hongarije, een van de historische bakermatten van de Hongaarse rode wijn. De wijnstokken staan op bodems van löss, klei en zandsteenlagen, die goed draineren en de druiven gelijkmatig laten rijpen. Het gematigd continentale klimaat, beïnvloed door de nabije Donauvallei, levert evenwichtige rode wijnen op, tegelijk rijp en fris. De percelen liggen verspreid over meerdere heuvels van de appellatie, zodat verschillende expressies van het terroir in deze cuvée samenkomen.

De druiven voor deze cuvée worden met de hand geplukt op de hellingen van Szekszárd en ontsteeld, waarna ze in tanks vergisten; elk druivenras wordt apart gevinifieerd om zijn karakter te bewaren. De maceraties worden zo geleid dat kleur en tannines zacht worden geëxtraheerd, met regelmatig overpompen. Na de malolactische gisting rijpt de wijn op eikenhouten vaten, een combinatie van barriques en grotere vaten, om de structuur te verfijnen, discrete kruidige tonen toe te voegen en de frisheid van het fruit te bewaren.

Deze wijn onthult tonen van goed rijp rood fruit en zwart fruit, aangevuld met delicate bloemige toetsen en kruidige nuances van peper en zoethout, ondersteund door een licht houtaccent. In de mond is de wijn soepel, met een frisse zuurgraad, fijne, gepolijste tannines en een middellange afdronk die blijft hangen op zachte kruiden en sappige bessen: een harmonieus en toegankelijk geheel.

Waar reizen we naartoe?

Szekszárd


Szekszárd, zo'n 150 kilometer ten zuiden van Boedapest in het zuiden van Hongarije, is een van de oudste en meest gerenommeerde wijnstreken van het land, met een wijntraditie die teruggaat tot de Romeinse tijd en een belangrijke ontwikkeling tijdens de Ottomaanse bezetting in de 16de en 17de eeuw. De streek strekt zich uit over de golvende heuvels langs de rechteroever van de Donau, op hoogten tussen 100 en 250 meter, een heuvelachtig reliëf dat zich uitstekend leent voor kwaliteitswijnbouw. Het klimaat is gematigd continentaal met een mediterrane invloed, met warme, zonnige zomers en lange, zachte herfsten die bijzonder gunstig zijn voor de volledige rijping van blauwe druiven. De Donau, die aan de oostkant langs de streek stroomt, werkt als een temperatuurregelaar: hij tempert extreme temperaturen en brengt weldadige vochtigheid, terwijl de heuvels de wijngaarden beschermen tegen koude noordenwinden. De bodems bestaan vooral uit kalkhoudende löss op een ondergrond van klei en kalk, die een uitstekende drainage biedt en de wijnstokken toch regelmatig van water voorziet. Szekszárd is vooral beroemd om zijn krachtige en elegante rode wijnen van de inheemse Kadarka en van Kékfrankos (Blaufränkisch), wijnen met een grote aromatische diepgang en een verfijnde tanninestructuur.

Het verhaal van het land

Hongarije

product descriptions logo

Het waren de Romeinen die de eerste wijnstokken plantten, in een tijd dat het land deel uitmaakte van een gebied dat Pannonië heette. Aan het begin van de 18e eeuw zorgde Hongarije, toen verenigd met Oostenrijk, ervoor dat zijn beroemdste wijn in heel Europa werd uitgevoerd: de Tokaj (gemaakt van de Furmint-druif). Zoals overal in Europa werd de wijnbouw in de 19e eeuw verwoest door de druifluis. Tijdens de communistische periode werden de wijngaarden in coöperaties beheerd, wat de wijnproducenten een stabiel inkomen garandeerde. Heel wat kleine wijnboeren konden deze groeiende economie niet bijbenen, waardoor de Hongaarse wijngaard werd geherstructureerd en daarbij 30% van zijn oppervlakte verloor. Tegenwoordig zijn veel familiedomeinen doorgebroken, en sommige maken wijnen van ongelooflijke kwaliteit. Zoals overal in Europa neemt de wijnbouw af in het kader van het Europese herstructureringsplan voor de wijnsector. Hongarije ligt op dezelfde breedtegraad als Bourgogne en heeft een landklimaat met warme zomers en koude winters. Er valt voldoende regen voor wijnbouw zonder irrigatie, en de bodems zijn afhankelijk van de streek heterogeen en van hoge kwaliteit. Met zo'n honderd inheemse en internationale druivenrassen heeft het land een mooie rassendiversiteit. Furmint en Hárslevelű uit de streek van Tokaj, droog gevinifieerd en de basis van de grote zoete Tokaji-wijnen, zijn vandaag ongetwijfeld de bekendste druivenrassen. Het meest aangeplante druivenras is Olaszrizling voor de witte wijnen en Kékfrankos voor de rode. De internationale druivenrassen, vooral die uit Bordeaux, gedijen vooral in het zuiden van het land, waar ze wijnen van grote klasse opleveren.

Misschien vind je dit ook lekker